vFAS Congres 2016

vFAS Congres 'Ouderschap na scheiding + alimentatie = maatwerk'

Op 8 september 2016 jl. vond het jaarlijkse vFAS-congres plaats in de Glazen Zaal in Den Haag. Dit jaar was het thema van het congres ‘Ouderschap na scheiding + alimentatie = maatwerk’. Want de situatie dat kinderen na een scheiding standaard bij hun moeder blijven wonen en eens per veertien dagen naar hun vader gaan is niet meer van deze tijd. Zorg voor de kinderen wordt in toenemende mate na een scheiding door de ouders gedeeld. Sinds 2009 is gelijkwaardig ouderschap na een scheiding als uitgangspunt in de wet opgenomen. In België ligt dit uitgangspunt sinds 2006 in de wet verankerd. Tijdens het congres werd door deskundigen op dit onderwerp ingegaan. Maar ook het publiek kon zijn mening ventileren.


 
vFAS Congres 2016: Ouderschap na scheiding + alimentatie = maatwerk
Margriet BoldingDagvoorzitter Margriet Bolding opende het congres op muzikale en humoristische wijze. Bolding snijdt in haar theaterwerk herkenbare thema's aan, refererend aan de mens en zijn habitat. Na de bondige introductie gaf Bolding het woord aan vFAS-voorzitter Dianne Kroezen die aangaf dat de vFAS staat voor borging van kwaliteit. ‘Gedurende het congres worden diverse voorbeelden gegeven die garant staan voor volop inspiratie’, aldus Kroezen. Dianne Kroezen - vFAS voorzitterVragen en stellingen konden worden opgeschreven op een kaart die in de pauze kon worden ingeleverd. Tijdens de paneldiscussie werd een aantal van deze vragen behandeld. Maar voordat de paneldiscussie van start ging, werden een drietal flitslezingen verzorgd door prominente sprekers.
Lees verder >>
Flitslezing 1
Masha AntokolskaiaProf. mr. Masha Antokolskaia trapte af met een presentatie over haar bevindingen naar aanleiding van een onderzoek naar de bedoeling van de wetgever met het ‘gelijkwaardig ouderschap’ en hoe dit  in de praktijk wordt toegepast. Antokolskaia studeerde rechten aan de Moskou Staatsacademie voor Recht en aan de Universiteit van Amsterdam. Zij is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder personen- en familierecht, aan de Vrije Universiteit. ‘In de loop der jaren is de rol van de vader veranderd. Waar vroeger de vader geen poot had om op te staan, is de rol nu veel gelijkwaardiger. Een grote groep ouders vraagt gezamenlijk gezag aan en krijgt dit ook.’ Antokolskaia vertelde ook over co-ouderschap in de rest van de wereld. ‘Co-ouderschap is mogelijk tegen de wil van één ouder in Zweden, Frankrijk, Australië, België, Nederland, Catalonië, Noorwegen en aantal staten van de VS. " Maar is dat in het belang van het kind?", is de vraag van Antokolskaia.

Flitslezing 2
Merel JonkerNa de presentatie van prof. mr. Masha Antokolskaia gaf Bolding het woord aan mr. dr. Merel Jonker. Zij presenteerde de resultaten van het rechtsvergelijkende onderzoek dat de Universiteit Utrecht heeft verricht naar kinderalimentatie bij co-ouderschap. ‘Uit het onderzoeksrapport blijkt dat een meerderheid van de co-ouders bepaalde afspraken maakt over de betaling van de kosten die niet direct aan het verblijf van de kinderen zijn verbonden, zoals kleding- en schoolkosten. Daarbij maken de co-ouders veelal gebruik van een kinderrekening. In andere gevallen spreken de ouders af dat ieder van hen bepaalde kosten betaalt. Voor deze ouders schiet huidige regelgeving echter tekort.’ Jonker deed het onderzoek namens de Universiteit Utrecht in opdracht van de vFAS. Niet alleen deed ze een literatuurstudie, ook kwam ze in contact met het veld. Zo nam ze een vijftiental diepte-interviews af onder advocaten, vFAS-advocaten en mediators. Daarnaast deed ze een rechtsvergelijking met België en Zweden. Eén van Jonkers conclusies is dat er behoefte is aan maatwerk. ‘Maatwerk bij alimentatieberekeningen zorgt voor meer transparantie en een betere betaalbereidheid, maar daarvoor is een wettelijke verankering en zijn richtlijnen nodig.’


Flitslezing 3
Charlotte DeclerckIn België is co-ouderschap bij echtscheiding de regel. Prof. dr. Charlotte Declerck ging in op de stand van zaken met betrekking tot co-ouderschap en kinderalimentatie in België. Voor 1995 werd door de rechter het "hoederecht" over de kinderen aan een van beide ouders toegekend, de ander had in de regel "bezoekrecht". Slechts in uitzonderlijke gevallen wijst de rechter exclusief ouderschap toe aan een van beide ouders, bijvoorbeeld in het geval van mishandeling of zware verwaarlozing. ‘De kinderrekening is in België wettelijk verankerd. De rechter bepaalt wie, wanneer hoeveel erop zet, maar ook wie over de gelden kan beschikken.’ Inmiddels is fase 2 in gang gezet. ‘De Commissie voor Onderhoudsbijdragen gaat onderzoeken in hoeverre het nuttig is om een nieuwe berekeningsmethode ten aanzien van deze kinderrekening vast te leggen.’ Volgens Declerck kunnen zowel Nederland als België nog veel van elkaar leren.’
Discussiepanel tijdens vFAS Congres 2016

Na een korte pauze, die werd afgesloten middels een muzikale noot door Margriet Bolding, volgde een paneldiscussie, waaraan de sprekers uit de eerste helft, evenals de volgende personen deelnamen: Corrie Haverkort (Stichting Stiefouderschapsplan), Jelle Martens (Stichting ‘meer dan gewenst’), Vera Bergkamp (lid Tweede Kamer D66), Rob van Coolwijk (oud-voorzitter van de vFAS en als advocaat, mediator en docent specialist in complexe alimentatiezaken). Bolding stelde voor om niet na afloop, maar voorafgaand aan de discussie een WVTTK te doen. Oftewel, een ‘Wat Verder Ten Tafel Komt’. Martens grijpt dit moment aan en geeft aan dat tot nu toe gedurende het congres uitsluitend is gesproken over hij/zij-relaties. Hij wil duidelijk maken dat er ook zij/zij-relaties zijn en, zoals hij en zijn partner hebben, twee vaders en twee moeders, maar ook stiefouderschap, waarin de stiefouder een verzorgende rol heeft. Uit het publiek klinken instemmende geluiden.

Stelling 1
De eerste stelling was als volgt: ‘Co-ouderschap moet het prioriteitsmodel worden; de rechter moet dit opleggen’. Bergkamp haakte in: ‘Uit een enquete is gebleken dat in geval van samenwonen de vader vaak wel het kind erkent, maar vergeet het gezag aan te nemen.’ Volgens haar een kwalijke zaak, daarom is D66 bezig met een initiatiefwetsvoorstel dat afgestemd is op de beroepspraktijk.

Stelling 2 kwam uit het publiek: Co-ouderschap kan tijdens de puberteit in het gedrang komen. Antokolskaia: ‘Stel het kind is nu 3, maar wil als het 13 is misschien helemaal niet meer bij moeder of vader wonen. In dat geval kunnen veranderende situaties opgenomen worden in de overeenkomst. Het zogenoemde meegroei-ouderschapsplan. Elk jaar zou ook een standaardevaluatie kunnen worden gedaan.’ Van Coolwijk: ’Een paar jaar geleden kwamen gedurende het vFAS-congres kinderen aan het woord. Ook het pendelen tussen ouders kwam toen aan bod. Ik stel vaak voor dat ouders zelf eens gaan pendelen en de kinderen op één plek blijven wonen. Pas dan wordt vaak duidelijk dat dit vermoeiend is.’ Haverkort sloot zich hierbij aan: ‘Thuis is nooit op twee plaatsen. Co-ouderschap is voor ouders, niet voor kinderen. Niet voor niets doe ik een appel op vechtloos scheiden.’ Uit het publiek kwam vervolgens het voorstel om het kind toe te vertrouwen aan degene die het beste met de situatie omgaat. Bergkamp: ‘Ouders zouden zelf meer een stap terug moeten doen en het kind moet actief worden betrokken.’ Uit het publiek gingen geluiden op dat maatwerk het antwoord is.

Lees verder >>
Stelling 3
‘Er moet een wettelijke regeling komen voor juridisch meerouderschap en meerouderlijk gezag’. Zo luidde de derde stelling. Volgens de pannelleden zijn er verschillende situaties te bedenken waarbij dit het geval is. Bijvoorbeeld wanneer een kind al zijn hele leven samenwoont met zijn moeder en stiefvader en de moeder vervolgens overlijdt. In dat geval heeft de stiefvader vaak niets meer te vertellen over het kind. Volgens Antokolskaia moet er te allen tijde gekeken worden hoe taken binnen het gezin verdeeld zijn. Maar wat gebeurt er als een homoseksueel stel en een lesbisch stel besluit met zijn vieren een kind op te voeden? En wat te denken van stiefouderschap? Een meerderheid van het publiek was het eens met de stelling in geval van niet-intentioneel meerouderschap en meerouderlijk gezag.



Stelling 4
Stelling 4 is als volgt: ‘De echtscheidingsfase is niet geschikt voor het maken van afspraken over een toekomstige nieuwe partner van een van de ouders’. Haverkort: ‘Het was tijdens een congres van de vFAS dat een psychiater zei dat scheidende koppels tijdens een scheiding ziektebeelden vertonen. Oftewel, zij veranderen tijdens de scheiding. Soms trekken ze zich terug, soms worden ze depressief. In de fase waarin je oefent om van het partnerschap naar het ex-partnerschap te gaan, is het heel moeilijk om te anticiperen op mogelijke nieuwe partners. Het is dan ook belangrijk om gesprekken aan te gaan waarin de geest tot rust kan komen.’ Bergkamp: ‘Er zijn ook mensen die op een heel volwassen manier met elkaar kunnen omgaan na een scheiding. Ik pleit dan ook voor maatwerk.’ Na de stemming bleek dat een meerderheid van de aanwezigen vindt dat het afhangt van de mensen die bij de advocaat aan tafel zitten.

reacties uit het publiek

Stelling 5
Deze stelling kwam wederom uit het publiek: ‘Wanneer de hoofdverdiener minder gaat werken in verband met co-ouderschap, is het hieruit voortvloeiende inkomensverlies verwijtbaar?’ Van Coolwijk: ‘Meestal heeft deze vraag betrekking op partneralimentatie. Het zou natuurlijk kunnen zijn dat er sprake is van een win-win-situatie: én minder zorg én minder betalen. Dan zul je samen moeten kijken naar een oplossing. Vaak zal uiteindelijk de rechter een uitspraak moeten doen. Wanneer de zorgtaak voor de alimentatiebetalende partner uitbreidt, dan moet daar rekening mee worden gehouden. Het kan ook voor vader – kijkend vanuit de traditionele rol – een moment van inzicht zijn: “Mijn huwelijk is niet gelukt, dus ik wil mijn leven ook anders gaan inrichten.” Misschien moet je dan uitgaan van het positieve en het kind de kans geven om met zijn vader een goede band op te bouwen.’



Stelling 6
De zesde stelling ‘Co-ouders zetten de trend en verdelen de kosten van de kinderen: wetgever en rechter moeten dit faciliteren door een wettelijke regeling voor de executie van de bij beschikking vastgestelde betaling van de kindgebonden kosten door de alimentatieplichtige ouder’ blijkt de lastigste stelling. ‘Met de stelling wordt bedoeld dat wanneer je de kosten wilt verdelen, de wetgeving en de richtlijnen tekort schieten om met deze situatie om te gaan’, licht vFAS-voorzitter Kroezen toe. Van Coolwijk: ‘In 2009 is gelijkwaardig ouderschap in gang getreden. Op papier, maar niet in financiële zin. Op dit moment wordt men, wanneer de alimentatieplichtige bijvoorbeeld niet de hockeyclub van zoon of dochter betaalt, in een conflictmodel gedwongen. Daar moeten de executiemogelijkheden op worden aangepast. Wanneer meer details in ouderschapsplannen worden opgenomen, neemt de betalingsbereidheid toe. In geval van bijvoorbeeld een kinderrekening kan de alimentatieplichtige ouder exact zien waar de bedragen naartoe gaan. Het kind is gebaat bij zo min mogelijk conflicten over dit soort uitgaven.’ Bergkamp sloot zich hierbij aan: ‘Maar je moet ook niet in een soort rapportagemodel komen waaruit blijkt waaraan de alimentatieontvanger dat geld uitgeeft. Een goed evenwicht is van belang.’ Jonker: ‘Het is interessant om te onderzoeken wat er gebeurt in geval van een kinderrekening; hoe gaat dit nu in de praktijk. Op dit moment kunnen we hier nog geen antwoord op geven.’ Het publiek geeft aan dat nuancering van de stelling gewenst is.


De panelleden gaven aan dat ze interessante signalen hebben waargenomen uit de praktijk. Maar zijn sommige hiervan conflictverhogend? ‘Daar zullen we serieus naar moeten kijken’, aldus Bergkamp. Van Coolwijk vertelde dat naar aanleiding van het onderzoek van Merel Jonker met betrekking op de NIBUD-tabellen eerst gedefinieerd moet worden wat kindgebonden kosten zijn, zodat oplossingen op maat mogelijk worden. Haverkort vindt dat de scheiding als middenstuk moet worden behandeld. ‘Welke afspraken zijn al vastgelegd? Zo kunnen vechtscheidingen worden voorkomen. Waar alle panelleden het over eens zijn is dat het kind voorop moet komen. Na deze stelling kunnen alle aanwezigen, zowel sprekers als publiek, napraten tijdens de netwerkborrel.

Het traditionele gezin is al lang niet meer de enige samenlevingsvorm. De afgelopen decennia is er steeds meer variatie gekomen in hoe mensen met elkaar samenleven. Het één-ouder gezin, het meeroudergezin, het stiefgezin en het samengestelde gezin zijn ingeburgerde samenlevingsvormen. Tegenwoordig zijn bij een scheiding dan ook niet langer standaard een vader, een moeder en één of meerdere kinderen betrokken, maar steeds vaker ook twee vaders, of twee moeders. Naast de scheidende partners kunnen er bij de moderne gezinsvormen in de praktijk bovendien meer ouders betrokken zijn, terwijl kinderen na een scheiding in toenemende mate te maken krijgen met stiefouders en andere nieuwe partners en daarnaast met stief- en/of halfbroertjes en zusjes.

Gelijkwaardig ouderschap
De situatie dat kinderen na een scheiding standaard bij hun moeder blijven wonen en eens per veertien dagen naar hun vader gaan is niet meer van deze tijd. Zorg voor de kinderen wordt in toenemende mate na een scheiding door de ouders gedeeld. Sinds 2009 is gelijkwaardig ouderschap na een scheiding als uitgangspunt in de wet opgenomen. In België ligt dit uitgangspunt sedert 2006 in de wet verankerd. De termen co-ouderschap en gedeeld ouderschap hebben al eerder hun intrede gedaan in de samenleving.

Verplicht het uitgangspunt van de gelijkwaardigheid van de ouders in iedere situatie tot een gelijke (50%-50%) verdeling van de tijd die het kind bij elke ouder doorbrengt? Wat wordt bedoeld met een co-ouderschap dan wel gedeeld ouderschap? In hoeverre is bij de verdeling van financiële zorg voor de kinderen na een scheiding sprake van gelijkwaardigheid, dan wel dient deze er bij het ontbreken hiervan te komen? Hoe is een en ander geregeld in ons omringende landen?

Op bovenstaande vragen is door deskundigen ingegaan tijdens het congres Ouderschap na scheiding + alimentatie = maatwerk
14.00 – 14.30 uur: Ontvangst de Glazen Zaal
14.30 – 14.45 uur: Opening congres
14.45 – 15.45 uur: Flitslezingen
15.45 – 16.30 uur: Pauze
16.30 – 17.30 uur: Paneldiscussie
17.30 – 17.45 uur: Aanbevelingen en afsluiting
17.45 – 18.45 uur: Netwerkborrel


Magriet Bolding is dagvoorzitter bij het vFAS Congres 2016Margriet Bolding werkt als organisatiepsycholoog en cabaretière en treedt tevens regelmatig op als dagvoorzitter. Margriet snijdt in haar theaterwerk herkenbare thema's aan, refererend aan de mens en zijn habitat. Haar werk als organisatiepsycholoog vormt een onuitputtelijke bron van inspiratie voor haar cabaretprogramma's. Deze ervaring neemt zij mee tijdens haar dagvoorzitterschap. Haar stijl kenmerkt zich door spontaniteit, humor en scherpte.
 
Lees verder >>
Zij heeft haar eigen bedrijf in training en entertainment en treedt regelmatig op als dagvoorzitter of cabaretière voor bedrijven.

Haar motto 'Carpe Diem, Carpe Publicum' is haar op het lijf geschreven. Met een innemende en ontvankelijke blik in haar ogen en een spitsvondige interactie weet zij in no time het publiek aan zich te binden. Met een meesterlijke timing slaagt Margriet erin onverwachte wendingen te creëren.
Tijdens het eerste programma-onderdeel vertellen drie prominente sprekers in zogenaamde ‘flits-lezingen’ over deze onderwerpen:

Sprekers tijdens vFAS Congres 2016
 
  • prof. mr. Masha Antokolskaia start het congres met een presentatie met haar bevindingen uit onderzoek naar de bedoeling van de wetgever met het ‘gelijkwaardig ouderschap’ en hoe dit  in de praktijk wordt toegepast.
  • mr. dr. Merel Jonker presenteert vervolgens de resultaten van het rechtsvergelijkende onderzoek dat de Universiteit van Utrecht heeft verricht naar kinderalimentatie bij co-ouderschap.
  • prof. dr. Charlotte Declerck gaat tot slot in op de stand van zaken met betrekking tot co-ouderschap en kinderalimentatie in België.
 
Na een korte pauze volgt een paneldiscussie, waaraan naast bovengenoemde sprekers, de volgende personen deelnemen:
 
  • Corrie Haverkort ; Stichting Stiefouderschapsplan,
  • Jelle Martens; Stichting ‘meer dan gewenst’
  • Tweede Kamerlid; Vera Bergkamp, lid Tweede Kamer D66
  • Rob van Coolwijk; oud voorzitter van de  vFAS en als advocaat, mediator en docent specialist in complexe alimentatiezaken.
Lees verder >>
Korte omschrijving sprekers en panelleden

Prof. mr. Masha Antokolskaia

Prof. mr. Macha AntokolskaiaMasha Antokolskaia studeerde rechten aan de Moskou Staatsacademie voor Recht en aan de Universiteit van Amsterdam. Van 1993 tot 1995 was zij lid van de ontwerpcommissie voor het Nieuwe Russische familiewetboek. Tussen 1998 en 2005 was zij werkzaam als KNAW Academieonderzoeker aan het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht van de Universiteit van Utrecht. Zij is hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder personen- en familierecht, aan de Vrije Universiteit. Tevens is zijn hoofd van het Amsterdams Centrum voor Familierecht (ACFL). Ook is zij lid van de Commission on European Family Law en een van de senior bestuursleden van de International Society of Family Law.

Mr. dr. Merel Jonker
Mr. dr. Merel JonkerMerel Jonker is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan UCERF, het Utrecht Centre for European Research into Family Law, en werkt als universitair docent familierecht bij het Molengraaff Instituut voor Privaatrecht. Zij maakt deel uit van het onderzoeksprogramma Familie & Recht en is lid van de onderzoeksschool Ius Commune. Jonker heeft onder andere onderzoek gedaan naar kinderalimentatie, meervoudige discriminatie en kinderontvoering.

Prof. dr. Charlotte Declerck
Prof. dr. Charlotte DeclerckCharlotte Declerck is hoofddocent personen-, familie- en familiaal vermogensrecht aan de Factulteit Rechten van de Universiteit Hasselt. Zij promoveerde in 2008 tot doctor in de rechten aan de KU Leuven met het onderwerp ‘Literaire en artistieke eigendom in het familiaal vermogensrecht’. Ze is auteur van verschillende boeken en artikelen over personen-, familie- en familiaal vermogensrecht en auteursrecht. Ze is tevens advocaat, aanvankelijk aan de balie van Antwerpen en sinds maart aan de balie van Brussel
 
Corrie Haverkort
Corrie HaverkortCorrie Haverkort  is docent, beeldend kunstenaar en filosoof, gespecialiseerd in de wijsgerige ethiek m.n. op het gebied van hedendaagse gezinstransities. Ze verzorgt lezingen en trainingen met onderwerpen als erkenning, verzoening en vergeving, vrijheid en gebondenheid, de ander en ik etc. Samen met Marlijn Kooistra-Popelier ontwikkelde zij het Stiefouderschapsplan,  schreef het boek Hoe maak je een succes van je nieuwe gezin? Stiefplan, tips en tools,  en is opleider Stiefplan-coach. Tevens verscheen van hun hand: Liever liefde dan de beste buggy, over hoe je als ouders ook samen goede partners blijft, en ontwikkelde een praktische vorm van de Ouderschapsbelofte.
 
Vera Bergkamp
Vera BergkampVera Bergkamp is sinds september 2012 onderdeel van de D66 Tweede Kamerfractie. Daartoe heeft zij een maatschappelijke portefeuille met onder andere de langdurige zorg, jeugdzorg en cultuur. Als voorzitter van COC Nederland heeft zij, samen met haar collega’s, ervoor gezorgd dat kinderen voorlichting krijgen over seksualiteit en seksuele diversiteit. Daarnaast heeft zij de discussie over de ‘weigerambtenaar’ breed landelijk aangezwengeld.

Jelle Martens
Jelle MartensJelle Martens studeerde rechten aan de Universiteit van Maastricht en was onder andere werkzaam als juridisch adviseur op financieel gebied. Tevens is hij voorzitter van de Stichting ‘Meer dan Gewenst’, een platform van en voor lesbo(wens)moeders en homo(wens)vaders. De stichting zet zich in voor lesbo’s, homo’s en biseksuelen die gekozen hebben voor kinderen binnen hun relatie. Dit doet zij onder andere door het organiseren van informatieve bijeenkomsten over o.a. juridische, sociale en klinische aspecten van lesbo- en homo-ouderschap waar wensouders en ouders elkaar kunnen ontmoeten en ervaringen uit kunnen wisselen.
 
Mr. Rob van Coolwijk
Mr. Rob van CoolwijkRob van Coolwijk studeerde rechten aan de Radbout Universiteit in Nijmegen. Sinds 2001 is hij werkzaam als familierechtadvocaat en vFAS-scheidingsmediator. In de periode van november 2012 tot november 2015 was hij voorzitter van de vereniging van Familierecht Advocaten Scheidingsmediators (vFAS). Naast zijn praktijk geeft hij regelmatig lezingen en cursussen op het gebied van het familierecht voor andere advocaten en dienstverleners. Ook publiceert hij artikelen over familierechtelijke onderwerpen in (juridische) vakbladen en blogs
 
De aanmeldingen worden in volgorde van binnenkomst behandeld. Bij overschrijving wordt een wachtlijst aangelegd. Om capaciteitsredenen raden wij u aan niet te lang te wachten met aanmelden voor deelname.

Tot vier weken voorafgaande aan het congres kan kosteloos worden geannuleerd. Indien na deze datum wordt geannuleerd, blijven de deelnamekosten verschuldigd, tenzij een vervanger wordt gevonden.

Congreskosten
De kosten voor deelname bedragen € 95,- exclusief BTW.

Opleidingspunten
2 vaardigheidspunten
Entree Glazen Zaal Den Haag
Het congres wordt georganiseerd in de Glazen Zaal, gelegen tussen de Portugese Synagoge en een statig 18e-eeuws grachtenpand aan de Prinsessegracht te Den Haag. Oorspronkelijk een binnenplein, maar tegenwoordig overkapt met een glazen dak. De gevel van de Portugese Synagoge, één van de mooiste synagogen van ons land, is als permanent ‘decor’ in de zaal opgenomen. Bij mooi weer vindt de netwerkborrel plaats op de rustieke achterplaats, onder eeuwenoude kastanjebomen. Tijdens de borrel is er de gelegenheid de Synagoge te bezoeken, alwaar u een korte rondleiding krijgt.

Glazen Zaal interieur

Bereikbaarheid
De Glazen Zaal ligt op 5 minuten loopafstand van het Centraal Station. Parkeergelegenheid is ruim voldoende aanwezig, onder andere in de tegenover gelegen Malieveld-garage.

SPONSORS 2016

Boom Juridische uitgevers

Reed Business Media

Split Online

Dag van de Scheiding 2016
U kunt via het vFAS-Register op deze website de deelnemende kantoren bij u in de buurt vinden.

TWITTER NIEUWS

  • Ongetrouwde vaders moeten automatisch gezag over hun kinderen krijgen, aldus D66 en VVD t.co/3nIiXCs1ru #vFAS

LAATSTE NIEUWS

Al een tijdje gaan er stemmen op dat mensen die willen scheiden eerst in gesprek moeten gaan met een specialist. Nu wil ook minister Van der Steur van Veiligheid en Justitie dat mensen die rechtsbijstand willen en gaan scheiden, eerst een oriëntatiegesprek aangaan met bijvoorbeeld het Juridisch Loket. Wie al met een gespecialiseerde echtscheidingsadvocaat of mediator gesproken heeft, hoeft geen oriëntatiegesprek te voeren. Op deze manier wil Van der Steur dat echtscheidingen zo veel mogelijk op een minnelijke wijze worden opgelost.
Subscribe to vFAS Congres 2015